Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI)

Het BFHI werd in 1991 gelanceerd door de WHO en UNICEF (United Nations Children's Fund), ter bescherming, bevordering en ondersteuning van borstvoeding in en door zorginstellingen. Het BFHI-programma is een vertaling van internationale beleidsafspraken naar de praktijk. De gezondheidszorg heeft daarmee een instrument om de best mogelijke zorg te verlenen in de begeleiding bij borstvoeding, de zogenaamde tien vuistregels. Ouders kunnen op basis van goede voorlichting een weloverwogen beslissing nemen hoe ze hun kind gaan voeden.  

De 10 vuistregels WHO/UNICEF

De WHO en UNICEF ontwikkelden de volgende tien vuistregels voor gezondheidsinstellingen voor het welslagen van de borstvoeding. Alle instellingen voor moeder- en kindzorg dienen ervoor zorg te dragen:

  • dat zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers;
  • dat alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid;
  • dat alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven;
  • dat moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden geholpen met borstvoeding geven;
  • dat aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden;
  • dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie;
  • dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven;
  • dat borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd;
  • dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of fopspeen wordt gegeven;
  • dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties.

Stichting Zorg voor Borstvoeding

De stichting Zorg voor Borstvoeding is in 1996 door UNICEF Nederland opgericht om het 'Baby Friendly Hospital Initiative' (BFHI) in Nederland uit te voeren. Gezondheidszorginstellingen die de BFHI richtlijnen hebben geïmplementeerd kunnen hun borstvoedingsbeleid door de Stichting Zorg voor Borstvoeding laten toetsen. Het gaat om het geheel van beleid, deskundigheidsbevordering en vaardigheden. Niet alleen de procedures worden beoordeeld, maar ook de praktijk zoals zorgverleners en cliënten deze ervaren. Bij voldoende resultaat wordt het WHO/UNICEF Zorg voor Borstvoeding certificaat uitgereikt. Elke drie jaar vindt een hertoetsing plaats.

270 zorginstellingen in Nederland zijn gecertificeerd (met in 2011 een bereik van 97% van de kraamzorginstellingen, 65% van de ziekenhuizen en 40% van de verloskundige praktijken).