Over de LBR

Borstvoeding is de natuurlijke (en te adviseren) manier om de gezonde groei en ontwikkeling van jonge kinderen te ondersteunen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat borstvoeding de beste basis is voor een gezonde start voor vrijwel alle kinderen. Waarbij het streven is zolang met het geven van borstvoeding door te gaan als moeder en kind willen en zij daarin optimaal worden ondersteund.

Missie

De Landelijke Borstvoedingsraad zet zich er voor in die gezonde start voor kinderen mogelijk te maken, zodat meer kinderen langer borstvoeding krijgen en zo bij te dragen aan een betere gezondheidsuitkomst voor kinderen en hun moeders.

Doel

Bewerkstelligen dat meer kinderen langer borstvoeding krijgen teneinde bij te dragen aan een betere gezondheidsuitkomst voor jonge kinderen en hun moeders in Nederland. Dat vraagt om:

  • Kwaliteit en continuïteit op het gebied van zorg voor borstvoeding (BFHI)
  • Wegnemen van maatschappelijke belemmeringen
  • Versterken van zelfvertrouwen van moeders en hun partner
  • Creëren van een werkklimaat waarin het geven van borstvoeding of afkolven gewoon is
  • Implementatie van de internationale gedragscode voor het op de markt brengen van moedermelkvervangende middelen

Organisatie

De Landelijke Borstvoedingsraad bestaat uit een werkgroep beleid en een werkgroep samenwerking.

De werkgroep beleid richt zich op het bestuurlijke en beleidsmatige pleitbezorging van het belang van borstvoeding en vooral het BFHI-programma. De werkgroep samenwerking richt zich met name op het verbinden van het netwerk en afstemming en samenwerking in het werkveld. Beide werkgroepen hebben eigenstandige taken. Taken van de beleidsgroep zijn:

  • Pleitbezorging van het BFHI-programma en onderliggende vuistregels zodat deze op de agenda komen en blijven van relevante partijen en stakeholders
  • Entameren van het debat over de toepassing van de WHO Code in Nederland
  • Bevorderen van de implementatie van het BFHI-programma door zorginstellingen met focus op borstvoeding

De werkgroep samenwerking pakt de meer uitvoerende werkzaamheden die hierbij passen of uit voortvloeien op, vooral als deze samenhangen met de ondersteuning en zorg die moeders krijgen, bijvoorbeeld de herziening van de Multidisciplinaire Richtlijn Borstvoeding.

Samenstelling

De volgende beroepsgroepen en organisaties zijn vertegenwoordigd in de LBR:

  • Lactatiekundigen
  • Borstvoedingorganisaties
  • Kraamzorg
  • Verloskundigen
  • Gynaecologen
  • Huisartsen
  • Jeugdgezondheidszorg
  • Kinderartsen
  • Kinderverpleegkundigen
  • Neonatologieverpleegkundigen
  • Obstetrieverpleegkundigen
  • Diëtisten
  • (Preverbaal)logopedisten
  • Voedingscentrum
  • Stichting Kind en Ziekenhuis
  • UNICEF Nederland

Gezamenlijk hebben zij het Charter voor Borstvoeding ondertekend.

Een aantal leden van de Landelijke Borstvoedingsraad aan het woord hierover:

“Met één stem krachtig werken aan een maatschappij waarin borstvoeding normaal en voor iedereen mogelijk is doel van de raad en mij als vertegenwoordiger van kind en gezin.”
Hester Rippen, directeur Stichting Kind en Ziekenhuis, voorzitter Landelijke Borstvoedingsraad

“Elke kersverse baby gun ik borstvoeding. Dat is de meest optimale voeding voor pasgeborenen en de maanden erna. Verloskundigen zullen in hun voorlichting de ouders echter goed moeten informeren, zodat de zwangere zelf een bewuste keuze kan maken. De verloskundige op haar beurt heeft die keuze te respecteren en moet de vrouw optimaal begeleiden in de gekozen voeding voor haar kind.”
Corien van der Haar, vicevoorzitter Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

“Met het bevorderen van de keuze voor borstvoeding draag je bij aan de gezondheid van de hele samenleving.”
Hans van Goudoever, Hoofd Emma Kinderziekenhuis Amsterdam UMC en vertegenwoordiger vanuit de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde

“Alle ouders willen het beste voor hun kind. Het belang van borstvoeding voor de goede start van een kind is groot. Het is in het dagelijks leven echter niet altijd makkelijk om als ouder te kiezen voor de borstvoeding. Ouders moeten zich gesteund voelen. Daarom maken wij ons samen met anderen hard om drempels die in de weg zitten zo veel mogelijk weg te nemen.”
Igor Ivakic, directeur Nederlands Centrum Jeugdgezondheid

“WHO-UNICEF hebben duidelijke criteria opgesteld die een raamwerk bieden voor goede zorg voor borstvoeding. Wanneer deze criteria onverkort worden toegepast, krijgen vrouwen die kiezen borstvoeding te geven, de begeleiding die ze nodig hebben om hun eigen borstvoedingsdoel te behalen.”
Mary Steen, directeur Baby Friendly Nederland

“Borstvoeding is de ideale voeding voor een baby. Er zijn alternatieven als het geen optie is. Het is belangrijk dat moeders zelf de keuze maken en dat er geen enkele belemmering is om borstvoeding te geven.”
Gerda Feunekes, directeur Voedingscentrum

“Borstvoeding en de begeleiding bij borstvoeding horen thuis op de landelijke, bestuurlijke agenda. Moeders stimuleren (langer) borstvoeding te geven is onvoldoende. We moeten de voorwaarden scheppen om moeder en kind de kans te geven borstvoeding op te starten en te continueren. Dit alles zonder inmenging van de industrie en met volledige naleving van de WHO-code. Daar wil ik me voor inzetten.”
Teddy Roorda, Lactatiekundige Erasmus MC Rotterdam, voorzitter Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen

“UNICEF weet uit ervaring, in meer dan 190 landen, dat borstvoeding de belangrijkste factor is om kindersterfte te voorkomen. Bovendien vormt het de basis voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. Ook in Nederland valt nog veel gezondheidswinst te halen door te investeren in de beste start voor kinderen: borstvoeding direct na de geboorte en daarna minimaal in de eerste levensmaanden. UNICEF Nederland zet zich dan ook graag in voor de Landelijke Borstvoedingsraad om bestuurders in de zorg en bij de Nederlandse overheid ervan te overtuigen dat meer investeren in zorg voor borstvoeding hard nodig is!”.
Pauline Neefjes, gezondheidsexpert UNICEF Nederland